Header image

EU hervormingsplan suikermarkt

21 juni 2005

Den Haag, 21 juni 2005 – Als het huidige hervormingsvoorstel van de Europese Commissie voor de suikermarkt onverkort doorgaat, resulteert dat in het volledig verdwijnen van de primaire suikersector uit ons land, met als direct gevolg een verlies van 11.500 arbeidsplaatsen in Nederland. Boeren, bonden en bedrijven in de suikersector voeren daarom vandaag actie bij de Tweede Kamer.
 

De Europese hervormingsplannen vormen een directe bedreiging voor de werkgelegenheid in de gehele suikerketen, waartoe behalve suikerbietentelers en suikerproducenten ook loonbedrijven en toeleveranciers van zaden en meststoffen behoren, alsmede transporteurs, afnemers van bijproducten voor veevoeder en enkele gespecialiseerde kennisinstituten. Het voorspelde verdwijnen van de primaire suikersector (telers en producenten) bij uitvoering van de Europese hervormingsplannen zal ook grote nadelige economische gevolgen hebben. Zo daalt het bedrijfsinkomen van akkerbouwers met suikerbieten gemiddeld met bijna 20 procent, vervalt de bijdrage van 1 miljard euro van de suikersector aan de Nederlandse economie en vindt er een aanzienlijke kapitaalsvernietiging plaats bij onder andere loonbedrijven (bietenrooiers) en zaadbedrijven (lopende kweekprogramma’s).
 

FNV: ‘Dreigend sociaal drama’
Anja Jongbloed, lid hoofdbestuur FNV Bondgenoten: ‘'Wij zien de contouren van een dreigend sociaal drama opdoemen. Dat hoeft geen werkelijkheid te worden. Er is een beter plan door het Platform Toekomst Suikermarkt gemaakt dat niet alleen rekening houdt met cijfers, maar ook met mensen. Wij hopen dat het kabinet daar gevoelig voor is!'


CNV: ‘Brusselse plannen onbegrijpelijk’
Jaap Jongejan, voorzitter CNV BedrijvenBond: ‘Het is onbegrijpelijk dat een fors aantal werknemers in de suikerketen door Brusselse plannen straks werkeloos dreigt te worden! Als deze plannen doorgaan, zal dit in de toch al economische zwakkere gebieden als Groningen, Zeeland en West-Brabant tot grote nadelige sociale gevolgen leiden.’
 

Onafhankelijk onderzoek
Op verzoek van de vakorganisaties CNV BedrijvenBond, FNV Bondgenoten, CUMELA Nederland, het Hoofdproductschap Akkerbouw en het Platform Toekomst Suikermarkt zijn deze en andere gegevens door het onderzoeksbureau Research voor Beleid bijeen gebracht in het rapport ‘Gevolgen van hervormingsvoorstel voor de Europese suikermarktordening’. Centraal in deze arbeidsmarktanalyse van de Nederlandse suikerketen staat de vraag wat de maximale sociaal-economische gevolgen zijn in de primaire suikersector en de daaruit te verwachten gevolgen en perspectieven voor de suikerketen in Nederland als het hervormingsvoorstel voor de suikermarktordening van de Europese Commissie wordt doorgevoerd. Research voor Beleid baseerde zich voor zijn rapport op desk research en bestaande expertrapporten, aangevuld met eigen onderzoek en interviews met de partijen in de primaire suikersector en bedrijven in de suikerketen. De primaire suikersector in Nederland bestaat uit suikerbietentelers en suikerproducenten (fabrieken). De keten rondom de suikerbietentelers omvat kennisinstituten, loonbedrijven en toeleveranciers van onder andere suikerbietenzaad, meststoffen, gewasbeschermingsmiddelen en ondernemers met groot gespecialiseerd materieel zoals bietenrooiers. Tot de keten rondom de suikerproducenten behoren kennisinstituten, transporteurs en afnemers van bijproducten voor onder andere veevoeders.
 

Europese hervormingsplannen
De Europese Commissie heeft in juli vorig jaar een Mededeling gedaan over de hervorming van de Europese suikermarktordening. Daarin staat onder andere een prijsdaling van suiker van 33%. Zeer recent lekte een hervormingsvoorstel van de nieuwe EU-Commissaris voor Landbouw Fischer Boel uit. Daarin wordt de grotere prijsdaling van 39% voorgesteld. Volgens de Nederlandse suikersector komt de Europese prijs voor suiker daarmee ruim onder een voor Nederlandse akkerbouwers nog rendabele grens te liggen. Het voorspelde gevolg hiervan is dat boeren geen bieten meer (kunnen) telen, waardoor het noodzakelijk niveau van grondstofvoorziening voor de suikerfabrieken in gevaar komt.


Beperkte alternatieven
Volgens het rapport van Research voor Beleid zijn de alternatieven voor de diverse onderdelen van de suikerketen beperkt. Zo blijft er voor akkerbouwers met suikerbieten alleen nog een inkomenscompensatie uit Brussel over, plus het overschakelen op graan. Die laatste teelt is echter nu al veel minder winstgevend dan suikerbieten. Voor loonbedrijven zal het overgaan op graan door boeren weliswaar werk opleveren, maar dit is minder (arbeids)intensief, terwijl voor cultuurtechnische werken, grondverzet en meststoffendistributie geldt dat er al sprake is van een overaanbod. Voor ondernemers met kapitaalsintensieve bietenrooiers is er eigenlijk geen sprake van een alternatief. De Nederlandse suikerproducenten zijn geheel afhankelijk van een voldoende niveau van grondstoffen (suikerbieten) om efficiënt en renderend suiker te kunnen produceren in hun monofabrieken. Daarbij is het volgens de Europese regels tot 2009 voor de Nederlandse suikerproducenten verboden rietsuiker uit landen van buiten de EU te importeren en dit vervolgens te raffineren.


Sociaal-economische gevolgen
De belangrijkste economische gevolgen van het verdwijnen van de bietenteelt uit Nederland zijn een aanzienlijke inkomensdaling voor suikerbietentelers van gemiddeld tenminste 19 procent. Ook komt de bijdrage van de suikersector aan het Bruto Binnenlands Product (BBP) van 1 miljard euro te vervallen en daalt de totale exportwaarde van agrarische producten en voedingsmiddelen van Nederland met een vergelijkbaar bedrag. Er verdwijnt verder een traditionele (maak)industrie die werk verschaft aan lager en middelbaar opgeleiden. Een groep die sowieso moeilijker aan het werk komt. Bovendien worden economisch toch al zwakkere plattelandsregio’s verder verzwakt. Het gaat dan om delen van Noordoost- en Zuidwest-Nederland. Ontvolking van het platteland, verkleining van het draagvlak voor voorzieningen en verenigingsleven, terugbrengen van investeringen aan onderhoud van boerderijen en landschapselementen zullen tezamen bijdragen aan een verpaupering van de betrokken plattelandsregio’s.