Cosun SCO2RE+: Scope 3 in beeld

Indirecte uitstoot

“Onder scope 3 vallen alle emissies in onze waardeketens die met onze grondstoffen, diensten en producten gemoeid gaan, maar die wij niet direct zelf uitstoten of veroorzaken tijdens het proces,” legt Bertram uit. “Hierbij kun je denken aan het telen of transporteren van onze gewassen, het gebruik van verpakkingsmateriaal en zelfs het woon-werk verkeer van onze collega’s.” Ook aan het eind van de keten – bij de consument – speelt scope 3 mee, vult Gerwin aan: “En ook daar kun je winst behalen. Door bijvoorbeeld producten te ontwikkelen die in de gebruiksfase minder energie vragen. Aardappels bereiden in de airfryer is efficiënter dan bakken in een oven, dat levert een emissiereductie op. Van begin tot eind van de keten kun je zo impact maken.”

Verschillende disciplines

“Daar zit ook meteen de uitdaging,” stelt Bertram. “De aanpak van scope 1 en 2 is relatief eenvoudig omdat het te maken heeft met je eigen operatie. Je kunt binnen een fabriek in kaart brengen wat emissies zijn, waar winst te behalen valt en daar keuzes op baseren om te reduceren. En de productiedirecteuren zijn verantwoordelijk voor de uitvoering van de maatregelen.” Bij scope 3 schetst hij een heel ander beeld. “Je krijgt bij scope 3 te maken met veel meer verschillende disciplines: teelt, productontwikkeling, HR, logistiek, inkoop enzovoort. Daarbij komt dat we met vijf verschillende business groepen (BG’s) werken. Om daar een structuur voor op te tuigen, alleen al als het gaat om data verzamelen, ben je wel even bezig.”

Het begint bij inzicht

Sinds de uitbreiding van het SCO2RE+ programma in augustus 2022, waarbij scope 3 werd toegevoegd, is hard gewerkt aan die structuur binnen Cosun en de diverse BG’s. Bertram: “Er zijn nieuwe mensen aangenomen, zodat we per BG een duurzaamheidsmanager hebben en daarmee een aanspreekpunt vanuit het scope 3 programma. Er is een overlegstructuur gekomen waarin we periodiek overleggen over de voortgang van datacollectie, maar ook hoe we zoveel mogelijk kunnen standaardiseren.” Nu dit een jaar later staat is het doel om eind 2023 op BG en Cosun niveau de scope 3 emissies in beeld te hebben. “Het begint bij inzicht. Data biedt ons een referentie om doelen te stellen voor scope 3 reductie. Daarna kunnen we over gaan tot actie.”

Belangrijke focus

De aandacht voor scope 3 is zeker nodig. Bertram: “De urgentie is niet minder dan voor scope 1 of 2. Met EU-regelgeving die eraan komt wordt je als organisatie eigenlijk al gedwongen om bij te dragen aan de reductie van scope 3 emissies.” Hij noemt voorbeelden als verplicht recyclen, eisen voor emissiearme(re) motoren in de logistiek en aan de teeltkant de Farm to Forkstrategie met tools voor koolstofvastlegging en verplichtingen voor het reduceren van gewasbeschermingsmiddelen en meststoffen. “Het gehele Europese klimaat en milieubeleid draagt bij aan het reduceren van scope 3 emissies.” Ondanks de complexiteit is het belangrijke focus te houden. Gerwin: “We schatten in dat scope 3 twee derde van onze totale CO2 footprint kan vertegenwoordigen. Dat is omvangrijk.”

Samen optrekken

Doordat de gehele organisatie zich committeert kun je samen optrekken om doelen te realiseren, voorspelt Bertram. “De verschillende BG’s hebben bijvoorbeeld allemaal te maken met veel transportbewegingen van de ABC (aardappel, biet, cichorei) gewassen. Je kunt gezamenlijk afspraken maken met transporteurs voor de inzet van emissiearmere of zelfs klimaat neutrale vrachtauto’s.” Aizo ziet daarnaast ook voordelen voor het gezamenlijk benutten van data en inzichten: “Met meer data kun je bijvoorbeeld je logistieke processen efficiënter maken. Als je ergens gezamenlijke bronnen hebt van scope 3 emissies, kun je dat op een gestandaardiseerde manier aanpakken en regisseren.”

Vernieuwend en innovatief denken

Om dat binnen de organisatie te realiseren is er naast een aanpak en structuur ook communicatie nodig. Bertram: “Scope 3 is nog bij weinig mensen bekend. Wat het inhoudt én wat erbij komt kijken om de emissies in kaart te brengen en te reduceren. Omdat uitstoot in de hele keten ontstaat moet je de gehele keten er ook bij betrekken. Ook de telers.” Aizo vult aan: “Dat is ook meteen de kracht van een scope 3 aanpak. Om de emissies aan te pakken moet je anders naar de bedrijfsvoering kijken. Je wordt gedwongen om vernieuwend en innovatief te denken. Je kunt bijna spreken van een systeemverandering waarin we met een positieve blik naar de toekomst onze groei en ambities gaan benaderen.”

Groeikracht Cosun

De telers van de ABC gewassen gaan daar een onmiskenbare rol in spelen, voorspelt Bertram: “De gezamenlijke deler van onze BG’s is de teler. Per gewas zal de impact variëren, maar dat de impact op de keten significant is zal een gegeven zijn. Er zal een nieuwe manier van telen aan te pas komen om onze gezamenlijke doelen te halen.” Dat de teler daarbij ondersteund moet worden is duidelijk. “We zien samen steeds meer kansen. Aviko zet hier met Cosun op in door middel van het programma Groeikracht Cosun,” licht Gerwin toe. “Op de inspiratieboerderij van één van onze telers worden nieuwe technieken getoetst. Andere boeren kunnen daar leren en geïnspireerd raken. Daar zit de synergie tussen de verschillende teelten.”

Cosun SCO2RE+: Van klimaatambitie naar klimaatactie

“Vanuit Cosun coördineren wij met ons team het programma SCO2RE+”, begint Johan. “SCO2RE+ staat letterlijk voor Strategisch CO2 Reduceren. Het is een werknaam die is blijven hangen.” Binnen Cosun werkt het programma als een aanjager voor verduurzaming. “We gaan daarbij niet over individuele projecten zoals een warmtepomp of zonnepark, dat ligt bij de businessgroepen zelf, maar over hoe alles samenvalt. We faciliteren het samenbrengen van kennis en roadmapdata en kijken waar de meeste impact gemaakt kan worden met de middelen die we beschikbaar hebben.”

Green by Design

SCO2RE+ grijpt de rol aan om de directies van de verschillende business groepen te challengen op hun groeiplannen. Johan: “De toekomstige groei van Cosun moet ‘Green by Design’ zijn. Dit betekent dat je aan de voorkant, bijvoorbeeld bij de bouw van een nieuwe fabriek, slimme keuzes maakt naar de toekomst toe. Ook als dit nu nog niet rendabel is.” Deze manier van denken over nieuwe processen en producten moet volgens Johan de standaard worden: “Er wordt nog veel in geijkte patronen gedacht omdat de alternatieven nog niet altijd helder zijn. Met SCO2RE+ maken we deze zichtbaar.” Met ‘Green by Design’ als uitgangspunt hoeft groei van de organisatie geen belemmering te zijn voor het behalen van de reductiedoelstellingen. “Wat je niet extra creëert hoef je ook niet te reduceren”, aldus Johan.

Van papier naar doen

Wat begon met een uurtje in de week in 2018, is voor beide heren uitgegroeid tot een dagtaak. “We zijn inmiddels van de papier-fase naar de doe-fase”, stelt Bertram. “Nu moet je als organisatie ook keuzes gaan maken waar het budget naartoe gaat. Er zal flink geïnvesteerd moeten worden om onze doelen te kunnen halen. Er zijn door de verschillende businessgroepen ook al stappen gezet en roadmaps met uit te voeren projecten ontwikkeld, denk aan het V-Rise-project van Cosun Beet Company.” Stijgende energieprijzen en efficiëntie van maatregelen bieden, naast een maatschappelijke, ook een economische impuls voor verduurzaming. “We praten nu veel over investeringen en kosten, maar onderaan de streep gaat de transitie uiteindelijk geld opleveren. De uitdaging zit in de snelheid en betaalbaarheid waarmee je het kunt realiseren. Het V-Rise-project levert bijvoorbeeld een enorme emissiereductie op, maar het is wel een project van meer dan 100 miljoen.”

Stroomnet als bottleneck

Op fabrieksniveau bieden maatregelen als e-boilers en warmtepompen kansen om op korte termijn energie- of CO2-reductie te realiseren. Een nieuwe warmtepomp bij Aviko Rixona in Warffum bespaart zo het gasverbruik van ca. 550 huishoudens. Johan: “De technologie om energie te reduceren en de transitie te maken is er. De randvoorwaarden om deze te implementeren zijn er alleen niet altijd. Denk aan subsidies, vergunningen, elektrische aansluitingen.” De tussenstap van 30% reductie die Cosun voor 2025 heeft gesteld wordt om die reden lastig te behalen. “We hebben voldoende projecten in de pijplijn, maar die zijn nog niet altijd uitvoerbaar.” Bertram: “Daarvoor zit ook een lobbyfunctie in SCO2RE+. Wij gaan, vaak samen met andere bedrijven, met overheden en politiek in gesprek om de transitie en wat wij daar als bedrijfsleven voor nodig hebben te agenderen.”

Scope 3

Naar 2030 toe ligt de focus binnen SCO2RE+ voornamelijk op scope 1 en 2 van het Greenhouse Gas Protocol, de internationale toonaangevende standaard wat betreft broeikasgasemissiereductie: het reduceren van eigen gas- en stroomverbruik. In augustus 2022 is het programma uitgebreid van SCO2RE naar SCO2RE+, dit houdt in dat scope 3 ook nadrukkelijker op de agenda is gekomen. Bertram: “Scope 3 omvat alle uitstoot die niet direct uit je operatie voortkomt, bijvoorbeeld door de teelt van grondstoffen, zoals de suikerbieten, aardappelen en cichorei. Vanuit ngo’s ligt er veel druk op scope 3-emissies. In maart 2021 bepaalde de rechtbank in Den Haag dat Shell verantwoordelijkheid draagt voor haar scope 3-emissies. Ook voor bedrijven zal scope 3 dus steeds belangrijker worden, maar dan moet je ze wel eerst in kaart brengen.” Deze emissies zicht- en meetbaar maken vraagt samenwerking in de keten: “Je moet als stakeholders met elkaar aan de slag gaan om emissies te reduceren”, aldus Bertram.

Koolstof vastleggen

Naarmate de uitstoot door de gehele keten steeds belangrijk wordt zal ook de teler hier meer van gaan merken. Johan: “Uiteindelijk zullen zij een belangrijke bijdrage leveren aan het reduceren van CO2-uitstoot in de keten. Om klimaatneutraal te worden moet je ook koolstof vastleggen. Daar ligt hopelijk ook een potentieel verdienmodel voor de telers.”

 

Energievraag indikken op een diksaplijn

Sensus wint de stof inuline uit de cichoreiwortel. Om te conserveren wordt een deel van de oogst als halffabricaat ingedampt tot een dik en helder sap (DHS). Het indampen is een energie-intensief proces, met broeikasuitstoot tot gevolg.

Besparen waar het kan

Uitstoot van broeikasgassen van een fabriek wordt bekeken op drie verschillende niveaus, ofwel ‘scopes’:

  • Scope 1: Uitstoot door eigen schoorsteen
  • Scope 2: Uitstoot door stroomverbruik
  • Scope 3: Uitstoot door gebruik van hulpstoffen

Voor 2030 legt Sensus de focus op Scope 1. Henk: “Het is onze prioriteit om energie te besparen daar waar het kan en vervolgens een duurzame energiebron te benutten. Denk hierbij aan het aanpassen van processen die gas verbruiken naar elektrische processen (elektrificeren) en het benutten en opwekken van groene stroom en biogas.” Scope 3, het vergroenen van hulpstoffen, is een stuk ingrijpender en vraagt vaak een omschakeling van het gehele proces. “Daar werken we ook aan, maar dat is meer iets voor de lange termijn richting 2050”, aldus Henk.

Masterplan Energie

Om het energieverbruik in Roosendaal aan te pakken heeft de Werkgroep Energie binnen Sensus een model van de energiehuishouding van de fabriek opgesteld. Henk: “Dit model vormde de basis van ons Masterplan Energie wat we voor Roosendaal hebben opgesteld. Het plan telt zes fases waarmee we de gasvraag van de fabriek voor 2030 meer dan halveren en richting 2050 volledig kunnen vergroenen.” Koen vult aan: “De eerste fase hebben we in 2022 afgerond. Met extra warmtewisselaars hebben we ervoor gezorgd dat we de warmte in de fabriek efficiënter kunnen benutten. Fase twee is nu in uitvoering en omvat iets vergelijkbaars, maar dan met dampstromen. Fase 3 – de grootste stap in gasbesparing – wordt nu voorbereid.”

Indampen van diksap

In Fase 3 van het Masterplan Energie wordt het indampproces van de DHS-lijn verduurzaamd door middel van mechanische damprecompressie (Mechanical Vapour Recompression in het Engels, of MVR). Bij het indampproces op de DHS-lijn wordt stoom gebruikt om onder hoge temperatuur water te verdampen uit het cichorei sap. Koen: “De restdamp die ontstaat wordt in het huidige proces wel hergebruikt, maar je gebruikt nog steeds relatief veel verse stoom. Met MVR verhoog je de druk en temperatuur van de restdamp om weer als stoom in te kunnen zetten.” Het huidige proces met stoom draait op gas. MVR is volledig elektrisch en een stuk efficiënter. “MVR op de DHS lijn kan een energiebesparing opleveren van 90%. Dat rendement maakt het één van de meest interessante projecten die we kunnen doen,” aldus Koen.

 

Aandacht voor besparing

Deze nieuwe technologie op de DHS-lijn kan in Roosendaal jaarlijks een besparing van 3,9 miljoen kuub gas opleveren. Henk: “Dat staat gelijk aan het verbruik van ongeveer 3.000 huishoudens. Met de huidige tarieven wordt een project zoals dit nog interessanter. Nu we er zo mee bezig zijn zie je dat er binnen het bedrijf ook steeds meer aandacht komt voor energiebesparing.” Koen vult aan: “Het is ook een heel zinvol project binnen de wereld waar we nu in leven.”

Route naar 2030

De komende jaren staan voor Henk en Koen in het teken van verdere vergroening van de fabriek in Roosendaal. Henk: “Zoals het er nu voor staat lijken we onze doelstelling  voor 2030 te gaan halen. Na fase 3 volgen nog twee, wat kleinere, efficiëntiestappen. Binnen de laatste fase gaan we onze overgebleven gasvraag invullen met biogas. Nu winnen we al biogas uit ons waterzuiveringsproces. Dit vullen we straks aan met gas uit het vergisten van cichoreipulp. Zo kunnen we onze gasvraag volledig vergroenen.”

Reductie in het gasverbruik in de fabriek in Roosendaal per stap binnen het Masterplan Energie. Groen is groen gas, blauw is aardgas.

Dubbel scoren met een warmtepomp binnen SCO2RE+

In Warffum, Groningen, verwerkt Aviko Rixona aardappels tot gedroogd aardappelgranulaat. Het koken, verwerken en drogen van voedingsmiddelen is een technologisch proces dat veel energie kost. Om het energieverbruik en daarmee de CO2-uitstoot van de fabriek te verminderen, heeft Aviko Rixona in Warffum de eerste warmtepomp binnen Cosun geïnstalleerd. Jeroen Zwietering is Procesingenieur Energie bij Aviko Rixona en houdt zich bezig met de energietransitie van drie fabrieken binnen het bedrijf. We spraken Jeroen over het warmtepompproject in Warffum, waar hij vanaf het ontstaan van het idee tot de implementatie bij betrokken is geweest.

Match tussen processen

Als onderdeel van de aanpak binnen het SCO2RE+ programma is Jeroen met zijn team de productielijnen van de fabriek gaan analyseren. “We zagen een kans in het combineren van twee processen in Warffum die veel energie vragen: een verhittingsstap en een verkoelingsstap. De match tussen de twee processen kon gemaakt worden door middel van een warmtepomp,” aldus Jeroen. In de vervolgstap analyseerden ze de mogelijkheden van de warmtepomp en de potentiële business case. Jeroen: “Het moet qua kosten, energiebesparing en opbrengst wel uitkomen. Daarnaast moet het de operatie niet verstoren. De fabriek moet kunnen blijven draaien, de operators moeten ermee kunnen werken en het moet veilig zijn.”

Lange levertijden

Het project werd opgestart in 2020, midden in de Covid-pandemie. Ondanks lange levertijden voor materialen en restricties is het project efficiënt verlopen, vertelt Jeroen. “De warmtepomp is volledig opgebouwd op locatie bij de producent. In onze fabriek hebben onze collega’s alle voorbereidingen getroffen zoals leidingwerk en andere aanpassingen aan het gebouw.”  Toen de machine eenmaal af was, kon deze in een dieplader naar Warffum worden vervoerd. Binnen 1 à 2 weken was de warmtepomp geïnstalleerd en operationeel. “Het was uitdagend, maar het is wel allemaal gelukt. Dat het zo effectief is verlopen is echt te danken aan de inzet en samenwerking van de collega’s die aan het project hebben meegewerkt.”

550 huishoudens 

De warmtepomp in Warffum benut restwarmte uit koelwater om water in een andere processtap te verhitten. “We scoren met de warmtepomp op twee vlakken namelijk, op verlaging van aardgas voor het verhitten én daarnaast elektriciteit voor het koelen. Met dit nieuwe systeem besparen we het gasverbruik van circa 550 huishoudens, en eigenlijk benut je een techniek die al jaren bekend is van de koudetechniek, denk hierbij aan je koelkast thuis. Je past het ontwerp nu alleen toe op de verwarmingsfunctie en niet op de koelfunctie. En dat is eigenlijk de crux van het systeem, dat je anders gaat denken.”

Bewezen techniek

Jeroen ziet dit project als een blauwdruk voor de verdere verduurzaming van productielijnen binnen Aviko Rixona: “Met deze warmtepomp hebben we bewezen dat de techniek werkt en dat er relatief weinig aanpassingen nodig zijn binnen de operatie om een forse energiewinst te behalen. Overal waar er een combinatie van warme en koude stromen binnen een proces zit zou een warmtepomp een verschil kunnen maken. Binnen Aviko Rixona kan ik er zo al een aantal bedenken.”

Combinatie van stappen

“Om echt stappen te zetten in energiebesparing moet je iedereen binnen de organisatie betrekken,” vindt Jeroen. “Het is een combinatie van grote stappen, zoals een warmtepomp, en kleine stappen.” In de kleine stappen wordt er ook gekeken naar indirecte zaken. “Verlies zit namelijk ook in dat soort zaken, iedereen moet op diens stukje expertise bewust zijn waar het verbruik en verlies van energie zit. Gebruik je veel schoonmaakwater, dan kost het bij de waterzuivering extra energie. Als je hele operatie draait, maar je verliest aardappel, dan betekent dat ook energieverspilling.” Anders denken en bewustwording is daarbij het begin. “Ik denk dat er een enorme winst te behalen valt als bij iedereen duidelijk is wat het effect van hun handelen op het energieverbruik is,” aldus Jeroen.

Organische oplossing voor chemische erfemissies

Nauwkeurige controle

Erfemissies – spoelwater of regenwater dat op het erf contact maakt met vervuilende stoffen en in de omgeving terecht komt – worden steeds meer onder de loep genomen. De waterschappen volgen nauwkeurig of de normen in agrarische gebieden overschreden worden en stelt op basis hiervan plannen op. En gebruikers van gewasbeschermingsmiddelen moeten voor het College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden (Ctgb) reductieplannen opstellen om een toelating te blijven houden. Op dit moment is het nog toegestaan om één keer per jaar de veldspuit op het erf te reinigen, waarbij restwater in de sloot belandt, maar het is niet vanzelfsprekend dat dit zo blijft. Het is voor boeren dus zaak dat zij hun erfemissies op een effectieve manier reduceren.

Proactief reduceren

Mariëlle Keijzer loopt liever op de zaken vooruit, en besloot te investeren in een nieuwe oplossing voor haar erfemissies. Een paar jaar geleden kwam ze via het Actieplan Bodem en Water in Flevoland uit bij een zogenaamde Phytobac als mogelijke oplossing. Het is een bak met kavelgrond gemengd met stro, waar allerlei micro-organismen in leven. De bak is aangesloten op een tank die het vervuilde spoelwater van het erf opvangt en via een automatisch systeem uitdruppelt over de bak. De micro-organismen in de bak doen de rest, en breken de afvalstoffen langzaamaan af.

Mariëlle vindt het nu, maar ook met het oog op de toekomst belangrijk dat telers hun erfemissies reduceren. “We moeten voorkomen dat er wordt gezegd, die boeren maken er een potje van. Als onze kinderen of kleinkinderen nog willen boeren op de manier dat wij dat doen, moeten we onze verantwoordelijkheid nemen.”

DAW: Ga door met het voeden van die verantwoordelijkheid!

Hedwig Boerrigter, kennismatcher bij het Deltaplan Agrarisch Waterbeheer (DAW), is uiterst positief over het initiatief van Mariëlle.

“Vanuit het DAW is dit precies het soort bewustzijn en betrokkenheid dat we bij boeren willen stimuleren. Landbouwactiviteiten hebben nu eenmaal impact op de omgeving. Als de regels omtrent erfemissies weer strenger worden, zitten veel boeren al snel in een lastig parket. Als je proactief naar oplossingen zoekt, zoals Mariëlle, creëer je zelf de tijd om een aanpak te vinden die bij jouw bedrijf past. Er zijn vaak meer inspirerende voorbeelden en mogelijkheden dan je denkt”, aldus Hedwig. Zo zijn er bijvoorbeeld projecten van het DAW die akkerbouwers helpen om perceelemissies in de hand te krijgen.

Ook denkt zij dat er voor Cosun een grote kans ligt om akkerbouwers met dit thema verder te helpen. “Er zijn in Nederland op het gebied van akkerbouw weinig erfbetreders met zoveel invloed als Cosun. Het is heel nuttig dat ze telers stimuleert en ondersteunt bij hun verduurzaming.  Op deze wijze draagt Cosun flink bij aan een mooi perspectief voor akkerbouwend Nederland!”

Meer weten?

Ben je benieuwd naar andere onderwerpen binnen de Cosun Groeikracht reeks? Lees het volledige artikel hier.

Een zonnige prestatie op duurzaamheid

“Het idee voor het Solar Park is ontstaan als onderdeel van een veel groter bestemmingsplan,” begint Paul. Eind 2004 werd de voormalige suikerfabriek op het terrein van in totaal 110 hectare gesloten. In 2018 was het uiteindelijke bestemmingsplan rond en kon de ontwikkeling van het terrein in volle gang gezet worden. “De insteek van de herontwikkeling van het terrein was niet alleen om nieuwe economische activiteit te genereren, maar ook een duurzame toekomstbestendige invulling te geven aan het terrein. Zo zijn we gekomen tot de ontwikkeling van een zonneweide op een deel van het terrein.”

Onthulling

Op vrijdag 23 september werd het Solar Park officieel onthuld. Paul noemt het bewust een onthulling en geen opening omdat de zonnepanelen al sinds vorig jaar operationeel zijn. Door Covid-19 en de gevolgen daarvan is de opening destijds uitgesteld. De onthulling vond plaats in de vorm van een seminar met betrokkenen en bewoners uit de directe omgeving. Na het seminar kregen ook de overige bewoners van het dorp de gelegenheid om de zonneweide te bezoeken. Hoewel betrokkenen uit de omgeving wel wisten dat er ergens een zonneweide lag, konden zij deze nu voor het eerst goed overzien vanaf het boven de grondwal gelegen uitkijkplatform. “Dat is ook precies wat we wilden, een zonneweide die het stroomverbruik van onze fabrieken kan compenseren*, zonder last voor de omgeving,” aldus Paul.

Twee delen

Het park is opgedeeld in twee delen. Eén deel van netto 7 hectare is in bezit gehouden door Cosun Beet Company en levert stroom direct aan de naastgelegen specialiteitenfabriek. Het andere deel van het park, zo’n 10 hectare, wordt geëxploiteerd door Klimaatfonds Nederland en levert stroom direct aan het net. Klimaatfonds pacht de grond van Cosun Beet Company, maar is eigenaar van de panelen. Deze samenwerking is tot stand gekomen via KiesZon, dat de weides heeft gebouwd. KiesZon ontwikkelt, financiert, realiseert en exploiteert grootschalige zonnestroomprojecten zoals deze, met het doel om de transitie naar duurzame energie te versnellen. Met de groene stroom die dankzij het project in Puttershoek wordt opgewekt wordt jaarlijks 14 miljoen kilo CO2 bespaard.

Maatschappelijk valide

Het Cosun Beet Company gedeelte van het park genereert op jaarbasis genoeg elektriciteit om zowel de naastgelegen specialiteitenfabriek als de specialiteitenfabriek in Roosendaal van stroom te voorzien. Niet alle stroom die door de panelen wordt opgewekt kan echter direct door de specialiteitenfabriek worden benut. De zonnepanelen genereren overdag in pieken en dalen stroom, afhankelijk van de sterkte van de zon, terwijl de vraag van de fabriek constanter is. Daarnaast draait de fabriek ook ’s nachts door wanneer de panelen geen stroom opleveren. Een deel van de producten uit de specialiteitenfabriek wordt daarom dus met groene stroom geproduceerd. De overige stroom gaat direct het net op, onder andere naar de andere specialiteitenfabriek in Roosendaal. De gelijktijdigheid – de mate waarin opgewekte stroom direct kan worden benut – van het Cosun zonnepark ligt daarmee tussen de 35 en 40%. In de toekomst, wanneer opslagtechnologieën zoals batterijen verder ontwikkeld zijn, kan de gelijktijdigheid toenemen. Voor nu ziet Paul het in ieder geval niet als een gemiste kans: “We moeten ergens beginnen, en dat hebben we nu gedaan met de eerste grote zonneweide in de Hoeksche Waard. Of je duurzame energie nu allemaal zelf gebruikt of direct aan het net levert, maatschappelijk is het even valide. Je levert als bedrijf een prestatie op duurzaamheid.” Dat er binnen de energietransitie nog het nodige aan optimalisatie moet gebeuren is voor Paul duidelijk: “We hebben als producenten en consumenten van energie nog veel stappen te zetten.”

Toekomstplannen

Als het aan Paul ligt is het Cosun Solar Park niet zijn laatste project rondom duurzame energie op of nabij de terreinen van Cosun. “Voor Cosun is het belangrijk om de op eigen locaties naar mogelijkheden te kijken om duurzame energie op te wekken.” Windturbines in combinatie met een zonneweide zouden daarbij een kans zijn om de gelijktijdigheid van groene energie – de mogelijkheid om energie direct bij het opwekken te benutten – te vergroten en een locatie nog energieonafhankelijker te maken. Ook batterijen, voor de opslag van zonne-energie tijdens piekmomenten, kunnen hieraan bijdragen. “Iedere redelijke kans om te verduurzamen moeten we pakken, en daarbij moeten we lokale kansen zoveel mogelijk benutten en direct aansluiten op onze eigen activiteiten en elektrische aansluitingen.”

Gelijktijdigheid

De 7 hectare aan zonneweide van Cosun Beet Company produceert ongeveer 9000MWh per jaar. De specialiteitenfabriek verbruikt zo’n 6000MWh, waardoor er boekhoudkundig 3000MWh overblijft en de fabriek boekhoudkundig energieneutraal draait*. In praktijk kunnen zonnepanelen echter nooit precies voldoen aan energiebehoefte van een dergelijke fabriek. De fabriek draait 24 uur per dag en heeft een redelijk constante energiebehoefte (behalve in het weekend), aan de andere kant leveren zonnepanelen in pieken en dalen. In de huidige situatie is de gelijktijdigheid – het gebruik van de energie in de fabriek op het moment dat het wordt geproduceerd op de zonneweide – 35 tot 40%. Een deel wordt dus direct door de fabriek verbruikt, en de rest gaat via de e-aansluiting van de fabriek het net op. In de toekomst, als er rendabele opties zijn om energie langdurig op te slaan, kan deze gelijktijdigheid stijgen. Lokaal groene stroom opwekken en direct gebruiken heeft het bijkomende voordeel dat je in de meeste gevallen het regionale energienet minder hoeft te belasten, als er zoals in Puttershoek andere gebruikers in de buurt zijn.

Kristallisatieproces met de helft minder gas: V-RISE

In de twee Nederlandse suikerfabrieken gaat Cosun in de nabije toekomst compleet anders werken. Een batterij gigantische warmtepompen zal restwarmte opwaarderen voor het productieproces. Om zo te kunnen werken moet de kristallisatie van de suiker, de kern van de productie, helemaal op de schop. Bij de fabriek in Vierverlaten zullen de nieuwe installaties in 2027-2029 klaar zijn, in Dinteloord enkele jaren later. Dan besparen deze locaties elk 50 procent gas en stoten 40 procent minder CO2 uit vergeleken met 2018. Ook besparen de fabrieken 10 miljoen euro per jaar op inkoop van aardgas en emissierechten.

Op weg naar CO2-neutraal

De suikerfabrieken van Cosun Beet Company horen bij de energiezuinigste van Europa, ten opzichte van 1990 is de CO2 uitstoot met 58 procent afgenomen. Ook worden de specialiteitenfabrieken in Puttershoek en Roosendaal door het eigen Solar Park van stroom voorzien. Bas Nijssen, energietransitiemanager Cosun Beet Company: ‘Dat is mooi, maar voor het klimaat is het nodig dat industrieën als de onze nog aanzienlijk minder fossiele energie gebruiken en CO2 uitstoten. Wij kiezen daarom voor een drastische oplossing: een grote aanpassing in het productieproces.’ V-RISE, heet deze omschakeling. Daarmee wordt de CO2-footprint 40 procent kleiner en gaan de fabrieken elk de helft minder gas gebruiken. Uiteindelijk worden onze fabrieken in 2050 volledig CO2-neutraal.

Warmte verloren

Om suiker uit de biet te halen, is warmte cruciaal. Uit het productieproces blijft uiteindelijk laagwaardige restwarmte over: water van een graad of vijftig. Cosun Beet Company kan dat in de fabrieken niet opnieuw gebruiken. Huizen of kassen ermee verwarmen kan ook niet continu: een suikerfabriek draait niet het hele jaar door. Daarom moet Cosun Beet Company deze restwarmte wegkoelen. Dat kost energie én de warmte gaat verloren.

V-RISE is grootschalig hergebruik van restwarmte door mechanische damprecompressie in combinatie met overschakelen van batch- naar continue kristallisatie

Rigoureuze stap

‘In het hele productieproces kunnen we eigenlijk niets meer nóg energiezuiniger maken. Daarom zetten we een rigoureuze stap: we gaan ons hele proces omgooien. Met warmtepompen gaan we restwarmte opwaarderen, zodat we de warmte wél opnieuw kunnen benutten’, legt Bas uit. Bij beide fabrieken komt een rij van vijf tot tien warmtepompen, het grootste formaat dat beschikbaar is. Hiervoor koopt Cosun Beet Company groene stroom in. De elektriciteitsaansluiting wordt verdubbeld.

Hart van de fabriek

Ingrijpend is het effect op het productieproces. Door met warmtepompen te werken, kan de kristallisatie van suiker niet langer in batches verlopen, dat moet volcontinu. Bas: ‘Het kristallisatieproces is de kern van onze fabrieken. Dat aanpassen raakt alles. We moeten ongeveer een kwart van de installaties vervangen en de hele automatisering opnieuw optimaliseren. Erg spannend, maar onvermijdelijk.’

40 procent minder CO2

In 2027-2029 zal V-RISE klaar zijn in de suikerfabriek in Vierverlaten, enkele jaren later gaat de fabriek in Dinteloord ook op deze manier draaien. ‘We gaan 50 procent minder gas gebruiken. De CO2-uitstoot van de fabrieken keldert met 40 procent, vergeleken met 2018’, zegt Bas.

‘Een dergelijke aanpassing vraagt een investering van tientallen miljoenen euro’s. Gelukkig ziet de Nederlandse overheid ook de potentie voor CO2-reductie van V-RISE. Voor een deel van de investering in Vierverlaten is VEKI-subsidie verleend. Met minder gasverbruik en minder uitstoot besparen we 10 miljoen euro per jaar op inkoop van aardgas en emissierechten. De investering kan zo binnen tien jaar tijd terugverdiend zijn.’

Smoothiefles uit suikerbieten

Plastic uit suikerbieten

In bijna alles om ons heen zit koolstof. Een plastic frisdrankflesje, make-up, je roestvrij stalen fiets: allemaal bevatten ze koolstof. Mensen? Achttien procent koolstof. Een veelzijdige en onmisbare stof dus, maar wel eentje met een bezwaar: als koolstof verbrandt komt CO2 vrij. En CO2 is een broeikasgas dat zorgt voor klimaatverandering. Fossiele grondstoffen zoals aardolie zijn een belangrijke bron van koolstof. Veel plastics worden ervan gemaakt. Belangrijke nadelen van fossiele koolstofbronnen: ze raken op en verbranding van fossiele koolstof levert extra CO2 op.

Goede alternatieven

Er zijn goede alternatieven. Zoals koolstof uit biomassa, bijvoorbeeld uit suikerbieten. Of koolstof terugwinnen uit CO2 of producten recyclen. Al die alternatieven zijn het onderzoeksterrein van het Renewable Carbon Initiative (RCI). Dit is een initiatief van elf grote ondernemingen uit zes landen en het Duitse nova-Institute, een vermaard onderzoeks- en adviesbureau gespecialiseerd in hernieuwbare koolstof. Inmiddels heeft het RCI 30 leden en 6 partners, waaronder het WWF. Cosun Beet Company is één van de initiatiefnemers. Marilia Foukaraki, projectleider Biobased bij Cosun Beet Company, is er nauw bij betrokken. ‘Door de samenwerking in het RCI leren we voor ons nieuwe markten beter begrijpen. We delen kennis met de andere initiatiefnemers en kunnen van elkaar leren.’

Het RCI streeft ernaar dat uiterlijk in 2050 alle fossiele koolstof in chemicaliën en materialen is vervangen door hernieuwbare koolstof. Marilia: ‘De transitie naar biobased en circulaire koolstof is net zo belangrijk als fossiele brandstof vervangen door hernieuwbare energie. Het RCI helpt dat inzicht te laten landen in de Europese Unie.’

Koolstof uit bieten

‘Cosun Beet Company is initiatiefnemer van het RCI omdat het een voorloper wil zijn in een biobased economie. Wij willen meer uit suikerbieten halen dan suiker. We geloven in een honderd procent plantaardige en circulaire toekomst. Door het onderzoek van de activiteiten van het RCI leren we voor ons nieuwe markten beter begrijpen. We delen kennis met de andere initiatiefnemers en kunnen van elkaar leren. We willen Samen met onze biobased experts extra input leveren voor een biobased Europa en bijdragen aan oplossingen voor klimaatproblemen.’

Biobased verf, verpakkingen of cosmetica? Het kan met klimaat neutrale koolstof uit suikerbieten. Zo zit je smoothie straks misschien in een flesje van suikerbiet.

Cosun haalt naast koolstof ook biogas uit suikerbieten. Meer weten? Lees het hier.

Bitterstof tegen schimmels

Samen met IRS en de WUR doen we onderzoek naar bitterstoffen uit cichoreiwortels die gebruikt zijn voor inulineproductie en uit witlofwortels die resteren na de witloftrek. Een nieuwe toepassing voor deze grondstoffen, die dusver hun weg voornamelijk naar veevoer vinden.

Anti-schimmelmiddel uit cichorei en witlof

‘We zijn geen gewasbeschermingsmiddelenbedrijf, maar dit was te leuk om te laten liggen. De bladschimmel Stemphylium beticola komt voor op onder meer suikerbieten en cichorei. In de bieten leidt een aantasting tot forse opbrengstderving. Cichorei is niet gevoelig en de schimmel breidt zich niet uit. Dat constateerde Bram Hanse van onderzoeksinstituut IRS, waarmee wij veel samenwerken. Daar wilden we meer van weten. Een nieuw project was geboren: CHIBA. Dat was in 2015’, vertelt Matthew de Roode, Corporate Development Manager bij Cosun en projectleider CHIBA (CHIcory Bitter component as Antifungals).

Twaalf verschillende bitterstoffen

Veel planten maken zelf afweerstoffen tegen ziektes. Van cichorei en witlof was al bekend dat bitterstoffen – die witlof zijn typerende bittere smaak geven – die functie hebben. Matthew: ‘In cichorei blijken twaalf verschillende bitterstoffen te zitten.’

Bewijs verzamelen

Cosun extraheerde de bitterstoffen en ontwikkelde de analysemethode voor het mengsel aan bitterstoffen. Zo konden we heel goed in kaart brengen welke combinatie bitterstoffen het beste werkt. IRS bood een proeflocatie en de praktijkkennis aan, om op de juiste manier het gewas te bespuiten – een hele lage dosering blijkt het best te werken. Wageningen University & Research was waar nodig vraagbaak.

Matthew: ‘We wilden bewijs verzamelen om daarmee gewasbeschermingsmiddelenfabrikanten te overtuigen. Want een nieuw middel wettelijk toegelaten krijgen, ook al is het biologisch, is een apart specialisme dat veel stappen vergt. Wij ambiëren niet daarin een expert te worden. Wij zitten op de bron en willen gewoon het ingrediënt leveren.’

Het bewijs kwam er. Een gewasbeschermingsmiddelenfabrikant is geïnteresseerd en wil nu zelf verschillende testen uitvoeren. ‘Over een jaar of drie verwacht ik een antischimmelmiddel op basis van onze bitterstoffen’, zegt Matthew.

Biobased en circulair

CHIBA draagt bij aan een biobased economie, met planten als grondstof en productstromen die worden hergebruikt. Denk naast anti-schimmelmiddel ook aan verzorgingsproducten zonder schadelijke microplastics en koolstof uit biomassa waar bijvoorbeeld plastic van gemaakt wordt. Dat is een belangrijke stap op weg naar een circulaire economie. ‘We benutten de cichoreiwortels waaruit we de voedingsvezel inuline winnen veel beter door ook andere bruikbare stoffen uit die wortels te halen. Ook verzamelen we wortels van witloftrekkers. Die wortels gaan gewoonlijk weg als veevoer. Nu halen we er meer uit en komt het in de vorm van een natuurlijk beschermingsmiddel weer terug op het land’, zegt Matthew. ‘De tijd is rijp voor meer plantaardige grondstoffen. Waar wij al langer mee bezig zijn valt nu bij een breed publiek in goede aarde.’

Groeikracht Cosun

Krachten bundelen

‘Door in de hele keten met elkaar samen te werken, kunnen we het positieve verhaal meer impact geven. Samen kunnen we een toekomstbestendige, dus duurzame én rendabele teelt waarborgen. Een volhoudbare akkerbouw. Groeikracht bundelt de krachten van aardappel-, suikerbieten- en cichoreitelers met die van Cosun’,  zegt Gert Sikken, Director Agro Development bij Cosun.

De telers brengen hun ervaringen en expertise van de teelt in. Cosun koppelt die aan haar kennis van verwerking en innovatie en haar contacten bij overheden, onderzoeksinstituten, belangengroepen en bedrijven. Door het actief ontwikkelen en delen van kennis kunnen verbeteringen ontstaan.

Drie fronten

Groeikracht richt zich op drie aandachtsgebieden:

  1. Het brengt telers samen, fysiek en online. Om kennis te delen, en ervaringen en ideeën uit te wisselen.
  2. Het voert projecten uit en implementeert innovaties op de akker voor teeltverbetering en verduurzaming, zoals Fascinating.
  3. Het vertelt de positieve verhalen van de telers richting de maatschappij.

Erkenning terugwinnen

Voorbeelden genoeg van hoe akkerbouwers werken aan toekomstbestendige teelt. Project Natuurakker 2.0 valt bijvoorbeeld ook onder Groeikracht. Dit gaat over strokenteelt in West-Brabant. Het is een meerjarig onderzoek naar de vraag of rendabele teelt en natuurontwikkeling hand-in-hand kunnen gaan. En er zijn andere projecten: mechanische onkruidbeheersing om minder afhankelijk te worden van chemische herbiciden, digitalisering en slim datagebruik om  betere teeltbeslissingen te kunnen nemen, maatregelen om de bodemkwaliteit te verbeteren.

Via het open netwerk van Groeikracht kunnen telers op diverse thema’s ervaringen delen en tips verkrijgen. Met elkaar weten we veel meer dan de individuele ondernemers of adviseurs.

‘We gaan het positieve verhaal over de akkerbouw intensiever uitdragen om de maatschappelijke erkenning terug te winnen’, bepleit Gert. ‘Wat doet de teler en waarom? De vooruitgang in een toekomstbestendige akkerbouwsector willen we meer op het netvlies krijgen om zo het rendement en het imago van de telers te verbeteren.’

Energieneutraal met zonnepanelen

Toekomstbestendige akkerbouw

Peter van den Hoek runt samen met zijn broer een akkerbouwbedrijf in gemeente Hoeksche Waard, ten zuiden van Rotterdam. Een streek die omringd wordt door drie verschillende rivieren, waardoor het een gebied is met veel vruchtbare kleigrond. Niet gek dat het de grootste akkerbouw gemeente van provincie Zuid-Holland is. Op het bedrijf van 200 hectare telen Peter en zijn broer aardappelen, suikerbieten, uien, bruine bonen en tarwe.

Net als hun collega’s zijn Peter en zijn broer niet bezig met het bedrijf van morgen, maar het bedrijf van over twintig jaar. Investeringen kosten tijd en geld, en zijn niet over één nacht terugverdiend. Een toekomstbestendig bedrijf hebben en houden is hun drijfveer om continu te blijven kijken naar zaken die beter kunnen en de juiste investeringen te doen die op de lange termijn rendabel zijn.

De voordelen van zonne-energie

Met de investering in de zonnepanelen merkt Peter nu al voordeel op het bedrijf. Zowel in het eigen energiegebruik als het leveren aan het elektriciteitsnet.

“De mechanische koeling van de aardappelen gaat aan zodra de zon schijnt. De temperatuur van de aardappelen is constant 7 graden. En dat alles met onze eigen energie. Door de zonnepanelen is ons bedrijf energieneutraal,” zegt hij zichtbaar trots.

Duurzame, toekomstbestendige bedrijfsvoering is ook voor Cosun van groot belang. Met het eigen Cosun Solar Park in Puttershoek wordt groene energie geproduceerd.